Hoe meer walvissen, hoe meer vreugd

Tussen 1900 en 1970 werden er ongekende aantallen walvissen door mensen om het leven gebracht. Je zou zeggen dat deze desastreuze afname van walvissen zou leiden tot een immense toename van krill. Hun grootste vijand was per slot van rekening grotendeels verdwenen. Een volwassen blauwe vinvis eet bijvoorbeeld tijdens het foerageerseizoen zo’n 16 ton krill per dag! Maar de afname van de hoeveelheid walvissen leidde verrassend genoeg tot een àfname van krill. Dit fenomeen staat ook wel bekend als de krill-paradox.

Walvissen voeden zich (afhankelijk van de soort) in diepere wateren en komen naar de oppervlakte om te ademen, waarbij ze de waardevolle mineralen naar boven brengen waar het fytoplankton van profiteert, een proces bekend als de ‘walvispomp’. De drijvende walvismest zorgt ervoor dat de eerste schakel van de mariene voedselkringloop, het fytoplankton, de nodige nutriënten krijgt. Het zoöplankton (o.a. krill) leeft hier van en vormt op z’n beurt voedsel voor diverse vissoorten en zoogdieren, zoals pinguïns, zeehonden en walvissen.

Uit moderne satellietbeelden van de NASA blijkt dat er zelfs sprake is van enorme toename planktongroei op de trekroutes van walvissen. En dat verklaart ook de eerder genoemde krill-paradox. Door de intensieve jacht verdwenen er immense aantallen walvissen uit de oceanen. Minder walvissen betekent minder ijzerrijke bemesting, minder groei van fytoplankton en op zijn beurt minder krill en dus ook minder vis.

Uit wetenschappelijke analyse blijkt dat grote walvissen die in de Zuidelijke Oceaan leven, aan het begin van de 20e eeuw jaarlijks ongeveer 430 miljoen ton krill naar binnen slurpten. Dat is het dubbele van de hoeveelheid krill in de hele Zuidelijke Oceaan van vandaag de dag en is meer dan het dubbele van de totale wereldwijde visserij. De mest die ze daarbij produceerden kon dan ook tellen: een wonderbaarlijke stroom die 12.000 ton ijzer bevatte. Dat is tien keer zoveel als walvissen nu aan de oceanen leveren.
 

Carbon sinks

De cruciale rol die zij spelen in mariene ecosystemen pleit voor het herstel van de walvis. Als we de walvispopulaties kunnen herstellen tot de aantallen van vóór de walvisvangst, herstellen we daarmee belangrijke functies die in de afgelopen honderd jaar verloren zijn gegaan. Niet in het minst kunnen walvissen ook helpen om klimaatverandering verder in te dammen want het door de giganten bemeste fytoplankton neemt tijdens fotosynthese CO2 op. De bijdrage van walvissen aan de wereldwijde koolstofverwijdering was qua schaal vergelijkbaar met de bosecosystemen van hele continenten. Het is niet overdreven om te zeggen dat we met de walvisvangst een oceanische Amazone hebben verloren. Volgens internationaal onderzoek zou krill jaarlijks 12 miljard ton CO2 uit de atmosfeer verwijderen.

Walvisbestanden herstellen zou wel eens belangrijker kunnen zijn dan bomen planten als het aankomt op de klimaatmitigatie. De giganten spelen een cruciale rol, want bemesten het fytoplankton dat maar liefst 40% van de wereldwijde CO2-uitstoot absorbeert. Walvissen zijn ook gigantische carbon sinks, want eens het loodje gelegd, blijven ze wel een eeuw liggen op de zeebodem om te ontbinden.

 

Onschatbare diensten

De oceaan slaat 50 keer zoveel CO2 op als de atmosfeer en 20 keer meer dan planten op het vasteland. Het vermogen van de oceanen om CO2 uit de atmosfeer te verwijderen loopt echter gevaar. Problemen als verzuring, opwarming en zuurstofverlies zorgen voor zogenoemde 'dead zones': gebieden in de oceaan waar geen leven voorkomt.

In 2019 schatte het IMF de waarde van walvissen op vlak van koolstofvanger op meer dan een biljoen (!) US dollar. En schatte elke grote walvis op meer dan 2 miljoen dollar, louter op basis van de ecosysteemdienst om koolstof te vangen en visbestanden te verbeteren. Daarbij zou elke grote walvis ongeveer 33 ton koolstof stockeren, of het equivalent van 30.000 bomen…De afnemende aantallen walvissen in de Noord-Atlantische Oceaan kunnen grotendeels worden toegeschreven aan botsingen met schepen en verstrikking in vistuig. Dit kan echter makkelijker opgelost worden dan de verzuring van de oceaan en opwarmende zeeën. De internationale walviscommissie telt de walvissen per populatie, niet per soort, omdat de meeste soorten over de hele wereld voorkomen maar er grote regionale verschillen in populatie bestaan. Een goed voorbeeld is de Noord-Pacifische grijze walvis die in de oostelijke Pacific goed gedijt maar in de westelijke met uitsterven bedreigd is. Het komt er dus op aan wereldwijd én regionaal te focussen.


Pieter Vermeersch