Klimaatverandering: opportuniteit voor plantenteelt?

Klimaat en Plantenteelt

Eind februari ging in het ILVO te Melle de studienamiddag door onder de titel : Klimaat en plantenteelt. Als het over klimaat en landbouw gaat, wordt doorgaans zwaar gehakt op de emissies door de veeteelt”, leidt voorzitter Johan Van Huylenbroeck in. “Terwijl we vandaag het niet over veeteelt zullen hebben, maar over plantenteelt. Die plantenteelt kreeg tot nu toe veel te weinig aandacht in het klimaatdebat”.

Een ‘opportuniteit' dus om het imago van de landbouw op te poetsen. Maar al snel blijkt dat de ‘opportuniteiten’ van de klimaatopwarming en -verandering maar eerder beperkt zijn voor onze Belgische en Europese landbouw. Een is sprake van een langer groeiseizoen maar de oogstopbrengst van 2016 was het laagst sinds jaren.

De klimaatverandering leidt tot opschuiven van plantensoorten in de richting van de polen en hoger in de bergketens. Dat maakt dat in België wijnbouw mogelijk wordt maar de graanoogst in Zuid-Europa het moeilijk krijgt.

Klimaatverandering betekent toegenomen extreme weersomstandigheden.

In onze contreien is de gemiddelde jaartemperatuur sinds de jaren 70 met een volle 2°C gestegen van 9,5 naar 11,5°C. Dat betekent zachtere winters enerzijds , warmere zomers anderzijds. Het aantal dagen met vorst is nog maar een derde van vroeger, er zijn dubbel zoveel warme zomerdagen van meer dan 25°C en een verdubbeling van het aantal hittedagen van meer dan 30°C.

Algemeen wordt het weer extremer: droogteperiodes afgewisseld met stortbuien. Wat vooral zorgen baart: de regenval volgt niet meer het normaal verwachte patroon, waarop de boeren al generaties lang rekenen om hun landbouwwerk te plannen.

Globalisering en klimaatverandering geeft ziekten en plagen

Door de zachtere winters komen er gemiddeld meer generaties van de fruitmot bij. De vochtige en warmere omstandigheden bevorderen bovendien vele schimmels zoals de zwartvruchtrot bij peren en witziekte bij appels. Daarnaast heeft bijvoorbeeld de Jonagold moeite met te kleuren door te warme herfstdagen.

Schimmelziekten blijken ook aangewakkerd door verhoogde ozonstress. Een nieuw te onderzoeken fenomeen hoe plantenschade verbonden is aan de luchtvervuiling door fossiele verbranding in verkeer en industrie.

Niet alle moeilijkheden in onze landbouw zijn te wijten aan de klimaatverandering, maar de opwarming verergert de fenomenen. De internationale handel bracht exotisch plantenmateriaal naar onze streken. En tegelijk nieuwe parasieten zoals de Aziatische fruitvlieg, Drosophyla Suzuki,met haar geleerde naam. Sinds 2008 werd ze in Frankrijk opgemerkt en nu is ze in heel Europa verspreid. Waar onze inheemse fruitvlieg enkel op rijp fruit zit, boort de Suzuki-fruitvlieg om haar eitjes te leggen ook in hard onrijp fruit, dat zo verloren is voor de oogst.

Landbouwers zijn “risicomanagers”

Een opmerkelijke uitspraak komt van VITO-spreekster Anne Gobin, die landbouwers ziet als risicomanagers. Voor de landbouwers worden de risico's steeds groter omwille van de klimaatverandering. Zij kunnen minder rekenen op regen op het juiste moment. Tegen extreme hagelbuien kunnen zij zich nog verzekeren, maar voor de andere fenomenen ligt het moeilijker. Winters worden natter, zodat wateroverlast akkers moeilijke bewerkbaar maakt. Dat verklaart dat onze oogsten aan wintertarwe achteruit gaat.

De zomers kennen lange droge periodes. Planten leiden aan hittestress, worden geremd in de groei en herstellen zich niet helemaal, bij de volgende regenbui. Bij te hoge temperatuur groeien de planten niet verder. De biomassa neemt niet toe en de oogsten zijn mager, zoals we gemerkt hebben aan onze aardappelen.

Bij warmer weer verdampen planten veel meer water langs hun bladeren, terwijl hun wortels verder moeten gaan zoeken naar water. Er zou algemeen geïrrigeerd moeten worden, waar dit vroeger niet nodig was. Weer bijkomende ingrepen. Er valt wel globaal evenveel of zelfs meer regen dan vroeger, maar in stortbuien, die snel afvloeien en de grondwaterlaag niet aanvullen.

Oplossingen liggen onder andere in agroforestry en verhoging van het organisch stofgehalte.

Pieter de Frenne van de Universiteit Gent onderzoekt de wederzijdse invloed van planten en klimaat. Laten we vooral benadrukken dat plantengroei omgekeerd ook het klimaat beïnvloedt. Zeker het microklimaat. Daar kunnen we op inspelen. Bomen in de omgeving milderen het extreme weer met 5 à 10°C zowel tegen koude als tegen hitte. Bovendien halen zij met hun diepere wortels water uit de bodem die zij verdampen in de omgeving. Bomen zijn een goede buffer voor het klimaat zowel in de landbouw als in de steden om het ‘hitte eiland-effect’ te temperen.

Dat vergt wel een grondig omgooien van het klassiek denken in de landbouw. Mij valt het op dat betere methodes die sinds lang gepromoot worden in de agro-ecologie en biologische landbouw zo weinig bekend zijn en opnieuw herontdekt moeten worden en veralgemeend. Zoals het gebruik van compost ter verhoging van het gehalte organische stof en microleven in de bodem. Dat voorkomt erosie gevoeligheid en uitspoelen van voedingselementen.

 Opslag koolstof in de bodem ter verbetering van de emissie inventaris van België?

Het ILVO bestudeerde dit zelf: hoeveel koolstof kan er opgeslagen worden in landbouwbodems? In welke mate kunnen landbouwbodems het CO2- broeikasgas van verkeer en industrie weer vastleggen? Een Franse wijngaard slaat 35 ton koolstof op per hectare. Een doorsnee akker 50 ton. Terwijl grasland wel 80 ton koolstof opslaat per hectare, evenveel als een doorsnee cultuurbos.

In een niet verstoord grasland wordt ieder jaar tot 1 ton koolstof per hectare bijkomend opgeslagen. Maar als je een grasland ‘scheurt’ -dat is omploegen om er akkerland van te maken, dan verlies je dubbel zo snel koolstof.

Dat wordt allemaal bestudeerd om de nationale emissie inventaris wat op te fleuren als het enigszins kan. In de internationale klimaatonderhandelingen wordt gesproken over de LULUCF-rapportering : Land Use/ Land Use Change/ Foretry . Je kan daar grote vraagtekens bij plaatsen. Niet alleen omdat hier veel mogelijkheden liggen voor foefelarij en ontlopen van verantwoordelijkheid. Maar ook omdat wij in de zwaar geïndustrialiseerde landen niet enkel de emissies van fossiele verbranding naar beneden moeten halen, maar bovenop actief CO2 uit de atmosfeer moeten halen. Plantengroei en verrijking van het bodemleven zouden voor dat tweede aspect moeten zorgen.

 Wiebe Eekman