Mosselboerderij: Vlaamse en Federale Regering op andere golflengte.

Er zijn problemen in het dossier rond de opstart van een mosselboerderij voor de kust van Nieuwpoort. In een milieuvergunning vroegen NV Colruyt en een aantal bondgenoten (Deme, De Nul, Tractebel, …) een toelating voor het uitbaten van een mosselkwekerij van maar liefst 4,6 vierkante kilometer. Nu blijken België en Vlaanderen het niet eens te zijn over een visserijrapport dat daarbij moet opgemaakt worden.

Climaxi kantte zich net zoals vissers, Stadsbestuur Nieuwpoort en de SALV tegen het project. De boerderij is ingeplant in een visrijke zone die gebruikt wordt door de kustvisserij. Climaxi wil kustvisserij bevorderen als duurzaam, streekgebonden initiatief en ziet de voedselproductie liever in handen van kleine vissers dan in die van multinationale ondernemingen. De zee is volgens ons van iedereen en dient dat te blijven: “We hebben al genoeg concessies zonder medegebruik op het strand, laat ons ook de zee niet verder privatiseren”. Volgens SALV is België hier nog niet klaar voor: “De SALV wijst op het ontbreken van een algemeen beleidskader rond maricultuur en medegebruiksrechten van projectzones op zee. De raad meent dat het project de economische meerwaarde voor de brede mariene voedselproductieketen moet onderbouwen en moet duidelijk maken hoe partnerschappen met andere sleutelactoren binnen de mariene voedselproductieketen vorm zullen krijgen.” (zie afbeelding: klik om te vergroten)

Begin dit jaar werd voor deze aanvraag een milieurapport (MER) opgemaakt. De Vlaamse Minister voor Visserij (Hilde Crevits-CD&V) kwam tussen in het debat en stelde dat er ook een Visserij Effecten Rapport (VER) moet opgemaakt worden. Tiens, dacht Climaxi, moet de procedure dan herbegonnen worden, vroegen we aan het kabinet van Hilde Crevits. Het antwoord luidde:  “Voor de bouw en exploitatie van een zeeboerderij moet een machtiging en vergunning aangevraagd worden bij de federale minister bevoegd voor het Mariene Milieu. Vlaams minister van Landbouw en Visserij Hilde Crevits heeft er inderdaad op gewezen dat er ook een visserijeffectenrapport (VER) vereist is, dat was er nog niet. Dat VER maakt onderdeel uit van de vergunning. Het is de bevoegdheid van de Operationele Directie Natuurlijke Milieu: Wetenschappelijke Dienst BMM (federale bevoegdheid) die beslist of dit VER kan toegevoegd worden tijdens de lopende procedure voor de vergunning of de procedure opnieuw gestart moet worden.”

Goed denken wij, dan moeten we eens bij deze mensen gaan vragen hoe zij het zien, of bij hun verantwoordelijke minister Philippe De Backer (Open-VLD): “In antwoord op uw vraag kan ik u meedelen dat het visserij-effectenrapport voor de zeeboerderij werd opgemaakt in het kader van de milieuvergunningsprocedure. Het is de wetenschappelijke instelling BMM die een beoordeling maakt van het milieueffectenrapport en hierover een advies zal bezorgen aan de Minister van Noordzee met het oog op het al dan niet toekennen van een milieuvergunning. Om de zone effectief in gebruik te kunnen nemen, dient de aanvrager eveneens een gebruiksvergunning te bekomen. Ook deze vergunning wordt toegekend door de Minister van Noordzee, na advies van de Raadgevende Commissie. De federale regering heeft het Marien Ruimtelijk Plan 2020-2026 goedgekeurd, het is dan ook de bevoegde federale Minister van Noordzee die de beslissingen neemt.”

Daar is men er dus van overtuigd dat dat rapport wel gemaakt werd. Volgens hen is het een deel van het Milieu-Effecten-Rapport (MER). Volgens Crevits moet het een apart document zijn. Een klein detail met verstrekkende gevolgen.

ILVO (Instituut voor Landbouw en Visserij Onderzoek) maakte voor VMM een nieuw rapport.

Volgens het Marien Ruimtelijk Plan mag (duurzame) aquacultuur enkel in de windmolenparken (nabij de grens met Nederland) en dus niet voor de kust van Nieuwpoort. Voor het einde van dit jaar moet de beslissing gevallen zijn.
 

Filip De Bodt